NL: procederenSynoniemen: betwisten, werken, optreden, opereren, manipuleren, leven, handelen
EN: procederen (te werk gaan): operate, proceed, work
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geprocedeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik procedeer jij procedeert hij procedeert wij procederen jullie procederen zij procederen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geprocedeerd jij hebt geprocedeerd hij heeft geprocedeerd wij hebben geprocedeerd jullie hebben geprocedeerd zij hebben geprocedeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik procedeerde jij procedeerde hij procedeerde wij procedeerden jullie procedeerden zij procedeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geprocedeerd jij had geprocedeerd hij had geprocedeerd wij hadden geprocedeerd jullie hadden geprocedeerd zij hadden geprocedeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal procederen jij zult procederen hij zal procederen wij zullen procederen jullie zullen procederen zij zullen procederen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geprocedeerd hebben jij zult geprocedeerd hebben hij zal geprocedeerd hebben wij zullen geprocedeerd hebben jullie zullen geprocedeerd hebben zij zullen geprocedeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou procederen jij zou procederen hij zou procederen wij zouden procederen jullie zouden procederen zij zouden procederen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geprocedeerd hebben jij zou geprocedeerd hebben hij zou geprocedeerd hebben wij zouden geprocedeerd hebben jullie zouden geprocedeerd hebben zij zouden geprocedeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
procedeer
|