NL: prijsgevenSynoniemen: afzien, laten, opgeven, opofferen, afleggen
DE: aufgeben, opfern
EN: sacrifice
ES: ofrecer, inmolar, sacrificar, ofrendar
FR: sacrifier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
prijsgegeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik geef prijs jij geeft prijs hij geeft prijs wij geven prijs jullie geven prijs zij geven prijs
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb prijsgegeven jij hebt prijsgegeven hij heeft prijsgegeven wij hebben prijsgegeven jullie hebben prijsgegeven zij hebben prijsgegeven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gaf prijs jij gaf prijs hij gaf prijs wij gaven prijs jullie gaven prijs zij gaven prijs
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had prijsgegeven jij had prijsgegeven hij had prijsgegeven wij hadden prijsgegeven jullie hadden prijsgegeven zij hadden prijsgegeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal prijsgeven jij zult prijsgeven hij zal prijsgeven wij zullen prijsgeven jullie zullen prijsgeven zij zullen prijsgeven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal prijsgegeven hebben jij zult prijsgegeven hebben hij zal prijsgegeven hebben wij zullen prijsgegeven hebben jullie zullen prijsgegeven hebben zij zullen prijsgegeven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou prijsgeven jij zou prijsgeven hij zou prijsgeven wij zouden prijsgeven jullie zouden prijsgeven zij zouden prijsgeven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou prijsgegeven hebben jij zou prijsgegeven hebben hij zou prijsgegeven hebben wij zouden prijsgegeven hebben jullie zouden prijsgegeven hebben zij zouden prijsgegeven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
geef prijs
|