EN: to prepareSynoniemen: concoct, distil, ferment, infuse, make
NL: bereiden, klaarmaken, brouwen, prepareren, iets toebereiden
DE: zubereiten, kochen
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
preparing
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I prepare you prepare he prepares we prepare you prepare they prepare
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have prepared you have prepared he has prepared we have prepared you have prepared they have prepared
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I prepared you prepared he prepared we prepared you prepared they prepared
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had prepared you had prepared he had prepared we had prepared you had prepared they had prepared
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will prepare you will prepare he will prepare we will prepare you will prepare they will prepare
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have prepared you will have prepared he will have prepared we will have prepared you will have prepared they will have prepared
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would prepare you would prepare he would prepare we would prepare you would prepare they would prepare
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have prepared you would have prepared he would have prepared we would have prepared you would have prepared they would have prepared
|