NL: prentenDE: drucken, abdrucken, ausdrucken
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geprent
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik prent jij prent hij prent wij prenten jullie prenten zij prenten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geprent jij hebt geprent hij heeft geprent wij hebben geprent jullie hebben geprent zij hebben geprent
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik prentte jij prentte hij prentte wij prentten jullie prentten zij prentten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geprent jij had geprent hij had geprent wij hadden geprent jullie hadden geprent zij hadden geprent
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal prenten jij zult prenten hij zal prenten wij zullen prenten jullie zullen prenten zij zullen prenten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geprent hebben jij zult geprent hebben hij zal geprent hebben wij zullen geprent hebben jullie zullen geprent hebben zij zullen geprent hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou prenten jij zou prenten hij zou prenten wij zouden prenten jullie zouden prenten zij zouden prenten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geprent hebben jij zou geprent hebben hij zou geprent hebben wij zouden geprent hebben jullie zouden geprent hebben zij zouden geprent hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
prent
|