Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

preken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: preken
Synoniemen: betogen, prediken, zedenmeesteren

DE: predigen
EN: deliver a sermon, preach
ES: predicar, sermonear
FR: prêcher, moraliser, sermonner, faire la morale

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gepreekt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik preek
jij preekt
hij preekt
wij preken
jullie preken
zij preken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gepreekt
jij hebt gepreekt
hij heeft gepreekt
wij hebben gepreekt
jullie hebben gepreekt
zij hebben gepreekt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik preekte
jij preekte
hij preekte
wij preekten
jullie preekten
zij preekten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gepreekt
jij had gepreekt
hij had gepreekt
wij hadden gepreekt
jullie hadden gepreekt
zij hadden gepreekt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal preken
jij zult preken
hij zal preken
wij zullen preken
jullie zullen preken
zij zullen preken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gepreekt hebben
jij zult gepreekt hebben
hij zal gepreekt hebben
wij zullen gepreekt hebben
jullie zullen gepreekt hebben
zij zullen gepreekt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou preken
jij zou preken
hij zou preken
wij zouden preken
jullie zouden preken
zij zouden preken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gepreekt hebben
jij zou gepreekt hebben
hij zou gepreekt hebben
wij zouden gepreekt hebben
jullie zouden gepreekt hebben
zij zouden gepreekt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
preek

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/preken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English