NL: prefererenSynoniemen: verkiezen, voortrekken
DE: bevorzugen, vorziehen, wählen
EN: prefer, choose
ES: preferir
FR: préférer, donner la préférence à, aimer mieux
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geprefereerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik prefereer jij prefereert hij prefereert wij prefereren jullie prefereren zij prefereren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geprefereerd jij hebt geprefereerd hij heeft geprefereerd wij hebben geprefereerd jullie hebben geprefereerd zij hebben geprefereerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik prefereerde jij prefereerde hij prefereerde wij prefereerden jullie prefereerden zij prefereerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geprefereerd jij had geprefereerd hij had geprefereerd wij hadden geprefereerd jullie hadden geprefereerd zij hadden geprefereerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal prefereren jij zult prefereren hij zal prefereren wij zullen prefereren jullie zullen prefereren zij zullen prefereren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geprefereerd hebben jij zult geprefereerd hebben hij zal geprefereerd hebben wij zullen geprefereerd hebben jullie zullen geprefereerd hebben zij zullen geprefereerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou prefereren jij zou prefereren hij zou prefereren wij zouden prefereren jullie zouden prefereren zij zouden prefereren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geprefereerd hebben jij zou geprefereerd hebben hij zou geprefereerd hebben wij zouden geprefereerd hebben jullie zouden geprefereerd hebben zij zouden geprefereerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
prefereer
|