NL: preadviseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepreadviseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik preadviseer jij preadviseert hij preadviseert wij preadviseren jullie preadviseren zij preadviseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepreadviseerd jij hebt gepreadviseerd hij heeft gepreadviseerd wij hebben gepreadviseerd jullie hebben gepreadviseerd zij hebben gepreadviseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik preadviseerde jij preadviseerde hij preadviseerde wij preadviseerden jullie preadviseerden zij preadviseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepreadviseerd jij had gepreadviseerd hij had gepreadviseerd wij hadden gepreadviseerd jullie hadden gepreadviseerd zij hadden gepreadviseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal preadviseren jij zult preadviseren hij zal preadviseren wij zullen preadviseren jullie zullen preadviseren zij zullen preadviseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepreadviseerd hebben jij zult gepreadviseerd hebben hij zal gepreadviseerd hebben wij zullen gepreadviseerd hebben jullie zullen gepreadviseerd hebben zij zullen gepreadviseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou preadviseren jij zou preadviseren hij zou preadviseren wij zouden preadviseren jullie zouden preadviseren zij zouden preadviseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepreadviseerd hebben jij zou gepreadviseerd hebben hij zou gepreadviseerd hebben wij zouden gepreadviseerd hebben jullie zouden gepreadviseerd hebben zij zouden gepreadviseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
preadviseer
|