NL: praaienSynoniemen: aanroepen
DE: anrufen, anreden, ansprechen
EN: call, hail, speak, shout
ES: llamar a gritos
FR: appeler, héler, aborder, crier, accoster, arraisonner, crier à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik praai jij praait hij praait wij praaien jullie praaien zij praaien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepraaid jij hebt gepraaid hij heeft gepraaid wij hebben gepraaid jullie hebben gepraaid zij hebben gepraaid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik praaide jij praaide hij praaide wij praaiden jullie praaiden zij praaiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepraaid jij had gepraaid hij had gepraaid wij hadden gepraaid jullie hadden gepraaid zij hadden gepraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal praaien jij zult praaien hij zal praaien wij zullen praaien jullie zullen praaien zij zullen praaien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepraaid hebben jij zult gepraaid hebben hij zal gepraaid hebben wij zullen gepraaid hebben jullie zullen gepraaid hebben zij zullen gepraaid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou praaien jij zou praaien hij zou praaien wij zouden praaien jullie zouden praaien zij zouden praaien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepraaid hebben jij zou gepraaid hebben hij zou gepraaid hebben wij zouden gepraaid hebben jullie zouden gepraaid hebben zij zouden gepraaid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
praai
|