NL: powerpointen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepowerpoint
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik powerpoint jij powerpoint hij powerpoint wij powerpointen jullie powerpointen zij powerpointen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepowerpoint jij hebt gepowerpoint hij heeft gepowerpoint wij hebben gepowerpoint jullie hebben gepowerpoint zij hebben gepowerpoint
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik powerpointte jij powerpointte hij powerpointte wij powerpointten jullie powerpointten zij powerpointten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepowerpoint jij had gepowerpoint hij had gepowerpoint wij hadden gepowerpoint jullie hadden gepowerpoint zij hadden gepowerpoint
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal powerpointen jij zult powerpointen hij zal powerpointen wij zullen powerpointen jullie zullen powerpointen zij zullen powerpointen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepowerpoint hebben jij zult gepowerpoint hebben hij zal gepowerpoint hebben wij zullen gepowerpoint hebben jullie zullen gepowerpoint hebben zij zullen gepowerpoint hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou powerpointen jij zou powerpointen hij zou powerpointen wij zouden powerpointen jullie zouden powerpointen zij zouden powerpointen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepowerpoint hebben jij zou gepowerpoint hebben hij zou gepowerpoint hebben wij zouden gepowerpoint hebben jullie zouden gepowerpoint hebben zij zouden gepowerpoint hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
powerpoint
|