Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

polsen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: polsen
Synoniemen: peilen, vademen, sonderen, loden

DE: sondieren, anklopfen
EN: sound out about, approach someone
ES: sondear, tantear
FR: sonder, tâter

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gepolst
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik pols
jij polst
hij polst
wij polsen
jullie polsen
zij polsen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gepolst
jij hebt gepolst
hij heeft gepolst
wij hebben gepolst
jullie hebben gepolst
zij hebben gepolst
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik polste
jij polste
hij polste
wij polsten
jullie polsten
zij polsten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gepolst
jij had gepolst
hij had gepolst
wij hadden gepolst
jullie hadden gepolst
zij hadden gepolst
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal polsen
jij zult polsen
hij zal polsen
wij zullen polsen
jullie zullen polsen
zij zullen polsen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gepolst hebben
jij zult gepolst hebben
hij zal gepolst hebben
wij zullen gepolst hebben
jullie zullen gepolst hebben
zij zullen gepolst hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou polsen
jij zou polsen
hij zou polsen
wij zouden polsen
jullie zouden polsen
zij zouden polsen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gepolst hebben
jij zou gepolst hebben
hij zou gepolst hebben
wij zouden gepolst hebben
jullie zouden gepolst hebben
zij zouden gepolst hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
pols

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/polsen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English