NL: polsenSynoniemen: peilen, vademen, sonderen, loden
DE: sondieren, anklopfen
EN: sound out about, approach someone
ES: sondear, tantear
FR: sonder, tâter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepolst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pols jij polst hij polst wij polsen jullie polsen zij polsen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepolst jij hebt gepolst hij heeft gepolst wij hebben gepolst jullie hebben gepolst zij hebben gepolst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik polste jij polste hij polste wij polsten jullie polsten zij polsten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepolst jij had gepolst hij had gepolst wij hadden gepolst jullie hadden gepolst zij hadden gepolst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal polsen jij zult polsen hij zal polsen wij zullen polsen jullie zullen polsen zij zullen polsen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepolst hebben jij zult gepolst hebben hij zal gepolst hebben wij zullen gepolst hebben jullie zullen gepolst hebben zij zullen gepolst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou polsen jij zou polsen hij zou polsen wij zouden polsen jullie zouden polsen zij zouden polsen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepolst hebben jij zou gepolst hebben hij zou gepolst hebben wij zouden gepolst hebben jullie zouden gepolst hebben zij zouden gepolst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pols
|