NL: podcasten U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepodcast
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik podcast jij podcast hij podcast wij podcasten jullie podcasten zij podcasten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepodcast jij hebt gepodcast hij heeft gepodcast wij hebben gepodcast jullie hebben gepodcast zij hebben gepodcast
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik podcastte jij podcastte hij podcastte wij podcastten jullie podcastten zij podcastten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepodcast jij had gepodcast hij had gepodcast wij hadden gepodcast jullie hadden gepodcast zij hadden gepodcast
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal podcasten jij zult podcasten hij zal podcasten wij zullen podcasten jullie zullen podcasten zij zullen podcasten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepodcast hebben jij zult gepodcast hebben hij zal gepodcast hebben wij zullen gepodcast hebben jullie zullen gepodcast hebben zij zullen gepodcast hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou podcasten jij zou podcasten hij zou podcasten wij zouden podcasten jullie zouden podcasten zij zouden podcasten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepodcast hebben jij zou gepodcast hebben hij zou gepodcast hebben wij zouden gepodcast hebben jullie zouden gepodcast hebben zij zouden gepodcast hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
podcast
|