NL: plunderenSynoniemen: beroven, leeghalen, leegplunderen, roven, stelen, uitplunderen, leegstelen, leegroven, rooftocht, uitzuigen, uitpersen, uitknijpen
DE: ausplündern
EN: loot
ES: saquear, desvalijar
FR: vider, piller
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geplunderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik plunder jij plundert hij plundert wij plunderen jullie plunderen zij plunderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geplunderd jij hebt geplunderd hij heeft geplunderd wij hebben geplunderd jullie hebben geplunderd zij hebben geplunderd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik plunderde jij plunderde hij plunderde wij plunderden jullie plunderden zij plunderden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geplunderd jij had geplunderd hij had geplunderd wij hadden geplunderd jullie hadden geplunderd zij hadden geplunderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal plunderen jij zult plunderen hij zal plunderen wij zullen plunderen jullie zullen plunderen zij zullen plunderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geplunderd hebben jij zult geplunderd hebben hij zal geplunderd hebben wij zullen geplunderd hebben jullie zullen geplunderd hebben zij zullen geplunderd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou plunderen jij zou plunderen hij zou plunderen wij zouden plunderen jullie zouden plunderen zij zouden plunderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geplunderd hebben jij zou geplunderd hebben hij zou geplunderd hebben wij zouden geplunderd hebben jullie zouden geplunderd hebben zij zouden geplunderd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
plunder
|