NL: pluizenSynoniemen: rafelen, vlokken
EN: fluff, flake
ES: soltar pelusa, formar pelusa
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepluisd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pluis jij pluist hij pluist wij pluizen jullie pluizen zij pluizen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepluisd jij hebt gepluisd hij heeft gepluisd wij hebben gepluisd jullie hebben gepluisd zij hebben gepluisd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik pluisde jij pluisde hij pluisde wij pluisden jullie pluisden zij pluisden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepluisd jij had gepluisd hij had gepluisd wij hadden gepluisd jullie hadden gepluisd zij hadden gepluisd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal pluizen jij zult pluizen hij zal pluizen wij zullen pluizen jullie zullen pluizen zij zullen pluizen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepluisd hebben jij zult gepluisd hebben hij zal gepluisd hebben wij zullen gepluisd hebben jullie zullen gepluisd hebben zij zullen gepluisd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou pluizen jij zou pluizen hij zou pluizen wij zouden pluizen jullie zouden pluizen zij zouden pluizen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepluisd hebben jij zou gepluisd hebben hij zou gepluisd hebben wij zouden gepluisd hebben jullie zouden gepluisd hebben zij zouden gepluisd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pluis
|