NL: plomberenSynoniemen: vullen
FR: plomber, obturer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geplombeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik plombeer jij plombeert hij plombeert wij plomberen jullie plomberen zij plomberen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geplombeerd jij hebt geplombeerd hij heeft geplombeerd wij hebben geplombeerd jullie hebben geplombeerd zij hebben geplombeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik plombeerde jij plombeerde hij plombeerde wij plombeerden jullie plombeerden zij plombeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geplombeerd jij had geplombeerd hij had geplombeerd wij hadden geplombeerd jullie hadden geplombeerd zij hadden geplombeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal plomberen jij zult plomberen hij zal plomberen wij zullen plomberen jullie zullen plomberen zij zullen plomberen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geplombeerd hebben jij zult geplombeerd hebben hij zal geplombeerd hebben wij zullen geplombeerd hebben jullie zullen geplombeerd hebben zij zullen geplombeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou plomberen jij zou plomberen hij zou plomberen wij zouden plomberen jullie zouden plomberen zij zouden plomberen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geplombeerd hebben jij zou geplombeerd hebben hij zou geplombeerd hebben wij zouden geplombeerd hebben jullie zouden geplombeerd hebben zij zouden geplombeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
plombeer
|