NL: ploegenSynoniemen: omploegen, omwerken, ploeteren, spitten, omspitten, omgraven
DE: umpflügen, unterpflügen
EN: plough, dig, plough up, reform, break up, convert
ES: labrar, arar
FR: labourer, désherber, retravailler, bêcher, percer, remanier, arracher les mauvaises herbes
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geploegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ploeg jij ploegt hij ploegt wij ploegen jullie ploegen zij ploegen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geploegd jij hebt geploegd hij heeft geploegd wij hebben geploegd jullie hebben geploegd zij hebben geploegd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ploegde jij ploegde hij ploegde wij ploegden jullie ploegden zij ploegden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geploegd jij had geploegd hij had geploegd wij hadden geploegd jullie hadden geploegd zij hadden geploegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ploegen jij zult ploegen hij zal ploegen wij zullen ploegen jullie zullen ploegen zij zullen ploegen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geploegd hebben jij zult geploegd hebben hij zal geploegd hebben wij zullen geploegd hebben jullie zullen geploegd hebben zij zullen geploegd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ploegen jij zou ploegen hij zou ploegen wij zouden ploegen jullie zouden ploegen zij zouden ploegen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geploegd hebben jij zou geploegd hebben hij zou geploegd hebben wij zouden geploegd hebben jullie zouden geploegd hebben zij zouden geploegd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ploeg
|