Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

pleisteren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: pleisteren
Synoniemen: stukadoren, bepleisteren

DE: pleisteren (van pleister voorzien): verputzen, kalken
EN: pleisteren (van pleister voorzien): parget, stucco, plaster
ES: pleisteren (van pleister voorzien): estucar, enlucir, enyesar
FR: pleisteren (van pleister voorzien): crépir, plâtrer, stuquer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gepleisterd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik pleister
jij pleistert
hij pleistert
wij pleisteren
jullie pleisteren
zij pleisteren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gepleisterd
jij hebt gepleisterd
hij heeft gepleisterd
wij hebben gepleisterd
jullie hebben gepleisterd
zij hebben gepleisterd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik pleisterde
jij pleisterde
hij pleisterde
wij pleisterden
jullie pleisterden
zij pleisterden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gepleisterd
jij had gepleisterd
hij had gepleisterd
wij hadden gepleisterd
jullie hadden gepleisterd
zij hadden gepleisterd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal pleisteren
jij zult pleisteren
hij zal pleisteren
wij zullen pleisteren
jullie zullen pleisteren
zij zullen pleisteren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gepleisterd hebben
jij zult gepleisterd hebben
hij zal gepleisterd hebben
wij zullen gepleisterd hebben
jullie zullen gepleisterd hebben
zij zullen gepleisterd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou pleisteren
jij zou pleisteren
hij zou pleisteren
wij zouden pleisteren
jullie zouden pleisteren
zij zouden pleisteren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gepleisterd hebben
jij zou gepleisterd hebben
hij zou gepleisterd hebben
wij zouden gepleisterd hebben
jullie zouden gepleisterd hebben
zij zouden gepleisterd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
pleister

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/pleisteren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English