NL: plaatsenSynoniemen: deponeren, geplaatst, leggen, neerleggen, neerzetten, situeren, stationeren, zetten, installeren, aanleggen, aanbrengen, wegleggen, onderbrengen, huisvesten, herbergen, posteren, posten, bijzetten, plaatsing
DE: unterbringen, deponieren, ablegen, bergen, ablagern
EN: place, position, put, situate
ES: poner, meter, aplicar, situar, depositar, encajar, engarzar
FR: mettre, ranger, placer, déposer, poser, installer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geplaatst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik plaats jij plaatst hij plaatst wij plaatsen jullie plaatsen zij plaatsen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geplaatst jij hebt geplaatst hij heeft geplaatst wij hebben geplaatst jullie hebben geplaatst zij hebben geplaatst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik plaatste jij plaatste hij plaatste wij plaatsten jullie plaatsten zij plaatsten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geplaatst jij had geplaatst hij had geplaatst wij hadden geplaatst jullie hadden geplaatst zij hadden geplaatst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal plaatsen jij zult plaatsen hij zal plaatsen wij zullen plaatsen jullie zullen plaatsen zij zullen plaatsen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geplaatst hebben jij zult geplaatst hebben hij zal geplaatst hebben wij zullen geplaatst hebben jullie zullen geplaatst hebben zij zullen geplaatst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou plaatsen jij zou plaatsen hij zou plaatsen wij zouden plaatsen jullie zouden plaatsen zij zouden plaatsen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geplaatst hebben jij zou geplaatst hebben hij zou geplaatst hebben wij zouden geplaatst hebben jullie zouden geplaatst hebben zij zouden geplaatst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
plaats
|