NL: pinnenSynoniemen: spelden
DE: pinnen (spelden): anstecken, mit einer Stecknadel befestigen, festheften, feststecken
EN: pinnen (spelden): pin
ES: pinnen (spelden): fijar, taladrar, enclavijar, alfilerar, clavar con alfileres
FR: pinnen (spelden): épingler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepind
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pin jij pint hij pint wij pinnen jullie pinnen zij pinnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepind jij hebt gepind hij heeft gepind wij hebben gepind jullie hebben gepind zij hebben gepind
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik pinde jij pinde hij pinde wij pinden jullie pinden zij pinden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepind jij had gepind hij had gepind wij hadden gepind jullie hadden gepind zij hadden gepind
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal pinnen jij zult pinnen hij zal pinnen wij zullen pinnen jullie zullen pinnen zij zullen pinnen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepind hebben jij zult gepind hebben hij zal gepind hebben wij zullen gepind hebben jullie zullen gepind hebben zij zullen gepind hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou pinnen jij zou pinnen hij zou pinnen wij zouden pinnen jullie zouden pinnen zij zouden pinnen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepind hebben jij zou gepind hebben hij zou gepind hebben wij zouden gepind hebben jullie zouden gepind hebben zij zouden gepind hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pin
|