NL: pijnigenSynoniemen: afbeulen, folteren, kwellen, martelen, molesteren, kwetsen, verwonden, krenken, mishandelen
EN: pijnigen (martelen): torture, torment, hurt, aggrieve, offend
ES: pijnigen (martelen): torturar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepijnigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pijnig jij pijnigt hij pijnigt wij pijnigen jullie pijnigen zij pijnigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepijnigd jij hebt gepijnigd hij heeft gepijnigd wij hebben gepijnigd jullie hebben gepijnigd zij hebben gepijnigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik pijnigde jij pijnigde hij pijnigde wij pijnigden jullie pijnigden zij pijnigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepijnigd jij had gepijnigd hij had gepijnigd wij hadden gepijnigd jullie hadden gepijnigd zij hadden gepijnigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal pijnigen jij zult pijnigen hij zal pijnigen wij zullen pijnigen jullie zullen pijnigen zij zullen pijnigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepijnigd hebben jij zult gepijnigd hebben hij zal gepijnigd hebben wij zullen gepijnigd hebben jullie zullen gepijnigd hebben zij zullen gepijnigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou pijnigen jij zou pijnigen hij zou pijnigen wij zouden pijnigen jullie zouden pijnigen zij zouden pijnigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepijnigd hebben jij zou gepijnigd hebben hij zou gepijnigd hebben wij zouden gepijnigd hebben jullie zouden gepijnigd hebben zij zouden gepijnigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pijnig
|