NL: piesenSynoniemen: motregenen, zeiken, pissen, urineren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepiest
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pies jij piest hij piest wij piesen jullie piesen zij piesen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepiest jij hebt gepiest hij heeft gepiest wij hebben gepiest jullie hebben gepiest zij hebben gepiest
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik pieste jij pieste hij pieste wij piesten jullie piesten zij piesten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepiest jij had gepiest hij had gepiest wij hadden gepiest jullie hadden gepiest zij hadden gepiest
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal piesen jij zult piesen hij zal piesen wij zullen piesen jullie zullen piesen zij zullen piesen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepiest hebben jij zult gepiest hebben hij zal gepiest hebben wij zullen gepiest hebben jullie zullen gepiest hebben zij zullen gepiest hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou piesen jij zou piesen hij zou piesen wij zouden piesen jullie zouden piesen zij zouden piesen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepiest hebben jij zou gepiest hebben hij zou gepiest hebben wij zouden gepiest hebben jullie zouden gepiest hebben zij zouden gepiest hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pies
|