EN: to pierceSynoniemen: jab, penetrate, pepper, perforate, prick, puncture, stab, stick in,
NL: priemen
FR: percer, trouer
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
piercing
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I pierce you pierce he pierces we pierce you pierce they pierce
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have pierced you have pierced he has pierced we have pierced you have pierced they have pierced
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I pierced you pierced he pierced we pierced you pierced they pierced
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had pierced you had pierced he had pierced we had pierced you had pierced they had pierced
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will pierce you will pierce he will pierce we will pierce you will pierce they will pierce
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have pierced you will have pierced he will have pierced we will have pierced you will have pierced they will have pierced
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would pierce you would pierce he would pierce we would pierce you would pierce they would pierce
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have pierced you would have pierced he would have pierced we would have pierced you would have pierced they would have pierced
|