NL: piekerenSynoniemen: denken, inzitten, nadenken, tobben, prakkiseren, peinzen
DE: piekeren (nadenken): nachdenken, überlegen, sinnen, grübeln
EN: piekeren (nadenken): consider, think, ponder, cogitate, muse, wonder, brood, reflect
FR: piekeren (nadenken): penser, réfléchir, ruminer, se tracasser, réfléchir profondément, se fatiguer les méninges, se creuser la cervelle, méditer, carburer, se biler, cogiter, remâcher, se torturer l'esprit, se presser le citron
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepiekerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pieker jij piekert hij piekert wij piekeren jullie piekeren zij piekeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepiekerd jij hebt gepiekerd hij heeft gepiekerd wij hebben gepiekerd jullie hebben gepiekerd zij hebben gepiekerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik piekerde jij piekerde hij piekerde wij piekerden jullie piekerden zij piekerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepiekerd jij had gepiekerd hij had gepiekerd wij hadden gepiekerd jullie hadden gepiekerd zij hadden gepiekerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal piekeren jij zult piekeren hij zal piekeren wij zullen piekeren jullie zullen piekeren zij zullen piekeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepiekerd hebben jij zult gepiekerd hebben hij zal gepiekerd hebben wij zullen gepiekerd hebben jullie zullen gepiekerd hebben zij zullen gepiekerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou piekeren jij zou piekeren hij zou piekeren wij zouden piekeren jullie zouden piekeren zij zouden piekeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepiekerd hebben jij zou gepiekerd hebben hij zou gepiekerd hebben wij zouden gepiekerd hebben jullie zouden gepiekerd hebben zij zouden gepiekerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pieker
|