FR: peserSynoniemen: accabler, alourdir, appesantir, apprécier, appuyer, balancer, calculer, charger, considérer, ennuyer, estimer, examiner, fatiguer, incomber, influencer, influer, intimider, jauger, opprimer, presser, soupeser
NL: afwegen, uitwegen
EN: weigh out
| Participe Passé |
|
pesé
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je pèse tu pèses il; elle pèse nous pesons vous pesez ils; elles pèsent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai pesé tu as pesé il; elle a pesé nous avons pesé vous avez pesé ils; elles ont pesé
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
je pesais tu pesais il; elle pesait nous pesions vous pesiez ils; elles pesaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais pesé tu avais pesé il; elle avait pesé nous avions pesé vous aviez pesé ils; elles avaient pesé
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
je pesai tu pesas il; elle pesa nous pesâmes vous pesâtes ils; elles pesèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus pesé tu eus pesé il; elle eut pesé nous eûmes pesé vous eûtes pesé ils; elles eurent pesé
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
je peserai tu peseras il; elle pesera nous peserons vous peserez ils; elles peseront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai pesé tu auras pesé il; elle aura pesé nous aurons pesé vous aurez pesé ils; elles auront pesé
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
je pèse tu pèses il; elle pèse nous pesions vous pesiez ils; elles pèsent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie pesé tu aies pesé il; elle ait pesé nous ayons pesé vous ayez pesé ils; elles aient pesé
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
je pesasse tu pesasses il; elle pesât nous pesassions vous pesassiez ils; elles pesassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse pesé tu eusses pesé il; elle eût pesé nous eussions pesé vous eussiez pesé ils; elles eussent pesé
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
je peserais tu peserais il; elle peserait nous peserions vous peseriez ils; elles peseraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais pesé tu aurais pesé il; elle aurait pesé nous aurions pesé vous auriez pesé ils; elles auraient pesé
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) pèse, (nous) pesons (vous) pesez
|