NL: pensionerenDE: in den Ruhestand versetzen, pensionieren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepensioneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pensioneer jij pensioneert hij pensioneert wij pensioneren jullie pensioneren zij pensioneren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepensioneerd jij hebt gepensioneerd hij heeft gepensioneerd wij hebben gepensioneerd jullie hebben gepensioneerd zij hebben gepensioneerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik pensioneerde jij pensioneerde hij pensioneerde wij pensioneerden jullie pensioneerden zij pensioneerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepensioneerd jij had gepensioneerd hij had gepensioneerd wij hadden gepensioneerd jullie hadden gepensioneerd zij hadden gepensioneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal pensioneren jij zult pensioneren hij zal pensioneren wij zullen pensioneren jullie zullen pensioneren zij zullen pensioneren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepensioneerd hebben jij zult gepensioneerd hebben hij zal gepensioneerd hebben wij zullen gepensioneerd hebben jullie zullen gepensioneerd hebben zij zullen gepensioneerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou pensioneren jij zou pensioneren hij zou pensioneren wij zouden pensioneren jullie zouden pensioneren zij zouden pensioneren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepensioneerd hebben jij zou gepensioneerd hebben hij zou gepensioneerd hebben wij zouden gepensioneerd hebben jullie zouden gepensioneerd hebben zij zouden gepensioneerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pensioneer
|