NL: pekelenSynoniemen: inleggen, zout strooien
DE: einpökeln
EN: pickle, salt
ES: salar, echar en sal
FR: saler, saumurer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepekeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pekel jij pekelt hij pekelt wij pekelen jullie pekelen zij pekelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepekeld jij hebt gepekeld hij heeft gepekeld wij hebben gepekeld jullie hebben gepekeld zij hebben gepekeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik pekelde jij pekelde hij pekelde wij pekelden jullie pekelden zij pekelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepekeld jij had gepekeld hij had gepekeld wij hadden gepekeld jullie hadden gepekeld zij hadden gepekeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal pekelen jij zult pekelen hij zal pekelen wij zullen pekelen jullie zullen pekelen zij zullen pekelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepekeld hebben jij zult gepekeld hebben hij zal gepekeld hebben wij zullen gepekeld hebben jullie zullen gepekeld hebben zij zullen gepekeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou pekelen jij zou pekelen hij zou pekelen wij zouden pekelen jullie zouden pekelen zij zouden pekelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepekeld hebben jij zou gepekeld hebben hij zou gepekeld hebben wij zouden gepekeld hebben jullie zouden gepekeld hebben zij zouden gepekeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pekel
|