NL: peddelenSynoniemen: fietsen, kanoën
DE: paddeln
EN: paddle
ES: dar paladas
FR: pagayer, ramer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepeddeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik peddel jij peddelt hij peddelt wij peddelen jullie peddelen zij peddelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepeddeld jij hebt gepeddeld hij heeft gepeddeld wij hebben gepeddeld jullie hebben gepeddeld zij hebben gepeddeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik peddelde jij peddelde hij peddelde wij peddelden jullie peddelden zij peddelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepeddeld jij had gepeddeld hij had gepeddeld wij hadden gepeddeld jullie hadden gepeddeld zij hadden gepeddeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal peddelen jij zult peddelen hij zal peddelen wij zullen peddelen jullie zullen peddelen zij zullen peddelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepeddeld hebben jij zult gepeddeld hebben hij zal gepeddeld hebben wij zullen gepeddeld hebben jullie zullen gepeddeld hebben zij zullen gepeddeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou peddelen jij zou peddelen hij zou peddelen wij zouden peddelen jullie zouden peddelen zij zouden peddelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepeddeld hebben jij zou gepeddeld hebben hij zou gepeddeld hebben wij zouden gepeddeld hebben jullie zouden gepeddeld hebben zij zouden gepeddeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
peddel
|