NL: pasteuriserenDE: pasteurisieren
EN: pasteurize
FR: pasteuriser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepasteuriseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pasteuriseer jij pasteuriseert hij pasteuriseert wij pasteuriseren jullie pasteuriseren zij pasteuriseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepasteuriseerd jij hebt gepasteuriseerd hij heeft gepasteuriseerd wij hebben gepasteuriseerd jullie hebben gepasteuriseerd zij hebben gepasteuriseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik pasteuriseerde jij pasteuriseerde hij pasteuriseerde wij pasteuriseerden jullie pasteuriseerden zij pasteuriseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepasteuriseerd jij had gepasteuriseerd hij had gepasteuriseerd wij hadden gepasteuriseerd jullie hadden gepasteuriseerd zij hadden gepasteuriseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal pasteuriseren jij zult pasteuriseren hij zal pasteuriseren wij zullen pasteuriseren jullie zullen pasteuriseren zij zullen pasteuriseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepasteuriseerd hebben jij zult gepasteuriseerd hebben hij zal gepasteuriseerd hebben wij zullen gepasteuriseerd hebben jullie zullen gepasteuriseerd hebben zij zullen gepasteuriseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou pasteuriseren jij zou pasteuriseren hij zou pasteuriseren wij zouden pasteuriseren jullie zouden pasteuriseren zij zouden pasteuriseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepasteuriseerd hebben jij zou gepasteuriseerd hebben hij zou gepasteuriseerd hebben wij zouden gepasteuriseerd hebben jullie zouden gepasteuriseerd hebben zij zouden gepasteuriseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pasteuriseer
|