Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

passeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: passeren
Synoniemen: bekrachtigen, doorbrengen, doorgaan, gaan door, gebeuren, inhalen, overslaan, voorbijgaan, voorvallen, voordoen, plaatsvinden, revisie, voorbijrijden, wegcijferen, ontafschuiven, negeren

DE: Passieren, vorübergehen, überholen, vorbeifahren
EN: pass, overtake, move past, ride past, sail past
ES: pasar, adelantar
FR: passer, passer devant, dépasser, rattraper, rejoindre, doubler

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gepasseerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik passeer
jij passeert
hij passeert
wij passeren
jullie passeren
zij passeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gepasseerd
jij hebt gepasseerd
hij heeft gepasseerd
wij hebben gepasseerd
jullie hebben gepasseerd
zij hebben gepasseerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik passeerde
jij passeerde
hij passeerde
wij passeerden
jullie passeerden
zij passeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gepasseerd
jij had gepasseerd
hij had gepasseerd
wij hadden gepasseerd
jullie hadden gepasseerd
zij hadden gepasseerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal passeren
jij zult passeren
hij zal passeren
wij zullen passeren
jullie zullen passeren
zij zullen passeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gepasseerd hebben
jij zult gepasseerd hebben
hij zal gepasseerd hebben
wij zullen gepasseerd hebben
jullie zullen gepasseerd hebben
zij zullen gepasseerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou passeren
jij zou passeren
hij zou passeren
wij zouden passeren
jullie zouden passeren
zij zouden passeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gepasseerd hebben
jij zou gepasseerd hebben
hij zou gepasseerd hebben
wij zouden gepasseerd hebben
jullie zouden gepasseerd hebben
zij zouden gepasseerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
passeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/passeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English