FR: passementerSynoniemen: ganser
| Participe Passé |
|
passementé
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je passemente tu passementes il; elle passemente nous passementons vous passementez ils; elles passementent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai passementé tu as passementé il; elle a passementé nous avons passementé vous avez passementé ils; elles ont passementé
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
je passementais tu passementais il; elle passementait nous passementions vous passementiez ils; elles passementaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais passementé tu avais passementé il; elle avait passementé nous avions passementé vous aviez passementé ils; elles avaient passementé
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
je passementai tu passementas il; elle passementa nous passementâmes vous passementâtes ils; elles passementèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus passementé tu eus passementé il; elle eut passementé nous eûmes passementé vous eûtes passementé ils; elles eurent passementé
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
je passementerai tu passementeras il; elle passementera nous passementerons vous passementerez ils; elles passementeront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai passementé tu auras passementé il; elle aura passementé nous aurons passementé vous aurez passementé ils; elles auront passementé
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
je passemente tu passementes il; elle passemente nous passementions vous passementiez ils; elles passementent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie passementé tu aies passementé il; elle ait passementé nous ayons passementé vous ayez passementé ils; elles aient passementé
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
je passementasse tu passementasses il; elle passementât nous passementassions vous passementassiez ils; elles passementassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse passementé tu eusses passementé il; elle eût passementé nous eussions passementé vous eussiez passementé ils; elles eussent passementé
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
je passementerais tu passementerais il; elle passementerait nous passementerions vous passementeriez ils; elles passementeraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais passementé tu aurais passementé il; elle aurait passementé nous aurions passementé vous auriez passementé ils; elles auraient passementé
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) passemente, (nous) passementons (vous) passementez
|