NL: partyen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepartyd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik party jij partyt hij partyt wij partyen jullie partyen zij partyen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepartyd jij hebt gepartyd hij heeft gepartyd wij hebben gepartyd jullie hebben gepartyd zij hebben gepartyd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik partyde jij partyde hij partyde wij partyden jullie partyden zij partyden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepartyd jij had gepartyd hij had gepartyd wij hadden gepartyd jullie hadden gepartyd zij hadden gepartyd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal partyen jij zult partyen hij zal partyen wij zullen partyen jullie zullen partyen zij zullen partyen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepartyd hebben jij zult gepartyd hebben hij zal gepartyd hebben wij zullen gepartyd hebben jullie zullen gepartyd hebben zij zullen gepartyd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou partyen jij zou partyen hij zou partyen wij zouden partyen jullie zouden partyen zij zouden partyen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepartyd hebben jij zou gepartyd hebben hij zou gepartyd hebben wij zouden gepartyd hebben jullie zouden gepartyd hebben zij zouden gepartyd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
party
|