NL: parkerenDE: parken
EN: park
ES: aparcar, estacionar
FR: garer une voiture, parquer, stationner, garer, ranger
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geparkeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik parkeer jij parkeert hij parkeert wij parkeren jullie parkeren zij parkeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geparkeerd jij hebt geparkeerd hij heeft geparkeerd wij hebben geparkeerd jullie hebben geparkeerd zij hebben geparkeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik parkeerde jij parkeerde hij parkeerde wij parkeerden jullie parkeerden zij parkeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geparkeerd jij had geparkeerd hij had geparkeerd wij hadden geparkeerd jullie hadden geparkeerd zij hadden geparkeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal parkeren jij zult parkeren hij zal parkeren wij zullen parkeren jullie zullen parkeren zij zullen parkeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geparkeerd hebben jij zult geparkeerd hebben hij zal geparkeerd hebben wij zullen geparkeerd hebben jullie zullen geparkeerd hebben zij zullen geparkeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou parkeren jij zou parkeren hij zou parkeren wij zouden parkeren jullie zouden parkeren zij zouden parkeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geparkeerd hebben jij zou geparkeerd hebben hij zou geparkeerd hebben wij zouden geparkeerd hebben jullie zouden geparkeerd hebben zij zouden geparkeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
parkeer
|