NL: parenSynoniemen: cohabiteren, combineren, koppelen, vrijen, neuken, verbinden
EN: paren (koppelen): link, couple, pander, connect, attach, make a match
ES: paren (koppelen): conectar, unir, juntar
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik paar jij paart hij paart wij paren jullie paren zij paren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepaard jij hebt gepaard hij heeft gepaard wij hebben gepaard jullie hebben gepaard zij hebben gepaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik paarde jij paarde hij paarde wij paarden jullie paarden zij paarden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepaard jij had gepaard hij had gepaard wij hadden gepaard jullie hadden gepaard zij hadden gepaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal paren jij zult paren hij zal paren wij zullen paren jullie zullen paren zij zullen paren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepaard hebben jij zult gepaard hebben hij zal gepaard hebben wij zullen gepaard hebben jullie zullen gepaard hebben zij zullen gepaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou paren jij zou paren hij zou paren wij zouden paren jullie zouden paren zij zouden paren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepaard hebben jij zou gepaard hebben hij zou gepaard hebben wij zouden gepaard hebben jullie zouden gepaard hebben zij zouden gepaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
paar
|