NL: paralyseren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geparalyseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik paralyseer jij paralyseert hij paralyseert wij paralyseren jullie paralyseren zij paralyseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geparalyseerd jij hebt geparalyseerd hij heeft geparalyseerd wij hebben geparalyseerd jullie hebben geparalyseerd zij hebben geparalyseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik paralyseerde jij paralyseerde hij paralyseerde wij paralyseerden jullie paralyseerden zij paralyseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geparalyseerd jij had geparalyseerd hij had geparalyseerd wij hadden geparalyseerd jullie hadden geparalyseerd zij hadden geparalyseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal paralyseren jij zult paralyseren hij zal paralyseren wij zullen paralyseren jullie zullen paralyseren zij zullen paralyseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geparalyseerd hebben jij zult geparalyseerd hebben hij zal geparalyseerd hebben wij zullen geparalyseerd hebben jullie zullen geparalyseerd hebben zij zullen geparalyseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou paralyseren jij zou paralyseren hij zou paralyseren wij zouden paralyseren jullie zouden paralyseren zij zouden paralyseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geparalyseerd hebben jij zou geparalyseerd hebben hij zou geparalyseerd hebben wij zouden geparalyseerd hebben jullie zouden geparalyseerd hebben zij zouden geparalyseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
paralyseer
|