NL: paragraferen U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geparagrafeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik paragrafeer jij paragrafeert hij paragrafeert wij paragraferen jullie paragraferen zij paragraferen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geparagrafeerd jij hebt geparagrafeerd hij heeft geparagrafeerd wij hebben geparagrafeerd jullie hebben geparagrafeerd zij hebben geparagrafeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik paragrafeerde jij paragrafeerde hij paragrafeerde wij paragrafeerden jullie paragrafeerden zij paragrafeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geparagrafeerd jij had geparagrafeerd hij had geparagrafeerd wij hadden geparagrafeerd jullie hadden geparagrafeerd zij hadden geparagrafeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal paragraferen jij zult paragraferen hij zal paragraferen wij zullen paragraferen jullie zullen paragraferen zij zullen paragraferen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geparagrafeerd hebben jij zult geparagrafeerd hebben hij zal geparagrafeerd hebben wij zullen geparagrafeerd hebben jullie zullen geparagrafeerd hebben zij zullen geparagrafeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou paragraferen jij zou paragraferen hij zou paragraferen wij zouden paragraferen jullie zouden paragraferen zij zouden paragraferen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geparagrafeerd hebben jij zou geparagrafeerd hebben hij zou geparagrafeerd hebben wij zouden geparagrafeerd hebben jullie zouden geparagrafeerd hebben zij zouden geparagrafeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
paragrafeer
|