Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

panikeren vervoegen




NL: panikeren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gepanikeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik panikeer
jij panikeert
hij panikeert
wij panikeren
jullie panikeren
zij panikeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gepanikeerd
jij hebt gepanikeerd
hij heeft gepanikeerd
wij hebben gepanikeerd
jullie hebben gepanikeerd
zij hebben gepanikeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik panikeerde
jij panikeerde
hij panikeerde
wij panikeerden
jullie panikeerden
zij panikeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gepanikeerd
jij had gepanikeerd
hij had gepanikeerd
wij hadden gepanikeerd
jullie hadden gepanikeerd
zij hadden gepanikeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal panikeren
jij zult panikeren
hij zal panikeren
wij zullen panikeren
jullie zullen panikeren
zij zullen panikeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gepanikeerd hebben
jij zult gepanikeerd hebben
hij zal gepanikeerd hebben
wij zullen gepanikeerd hebben
jullie zullen gepanikeerd hebben
zij zullen gepanikeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou panikeren
jij zou panikeren
hij zou panikeren
wij zouden panikeren
jullie zouden panikeren
zij zouden panikeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gepanikeerd hebben
jij zou gepanikeerd hebben
hij zou gepanikeerd hebben
wij zouden gepanikeerd hebben
jullie zouden gepanikeerd hebben
zij zouden gepanikeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
panikeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/panikeren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald