NL: palissaderen U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepalissadeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik palissadeer jij palissadeert hij palissadeert wij palissaderen jullie palissaderen zij palissaderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepalissadeerd jij hebt gepalissadeerd hij heeft gepalissadeerd wij hebben gepalissadeerd jullie hebben gepalissadeerd zij hebben gepalissadeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik palissadeerde jij palissadeerde hij palissadeerde wij palissadeerden jullie palissadeerden zij palissadeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepalissadeerd jij had gepalissadeerd hij had gepalissadeerd wij hadden gepalissadeerd jullie hadden gepalissadeerd zij hadden gepalissadeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal palissaderen jij zult palissaderen hij zal palissaderen wij zullen palissaderen jullie zullen palissaderen zij zullen palissaderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepalissadeerd hebben jij zult gepalissadeerd hebben hij zal gepalissadeerd hebben wij zullen gepalissadeerd hebben jullie zullen gepalissadeerd hebben zij zullen gepalissadeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou palissaderen jij zou palissaderen hij zou palissaderen wij zouden palissaderen jullie zouden palissaderen zij zouden palissaderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepalissadeerd hebben jij zou gepalissadeerd hebben hij zou gepalissadeerd hebben wij zouden gepalissadeerd hebben jullie zouden gepalissadeerd hebben zij zouden gepalissadeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
palissadeer
|