NL: paintballen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gepaintballd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik paintball jij paintballt hij paintballt wij paintballen jullie paintballen zij paintballen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gepaintballd jij hebt gepaintballd hij heeft gepaintballd wij hebben gepaintballd jullie hebben gepaintballd zij hebben gepaintballd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik paintballde jij paintballde hij paintballde wij paintballden jullie paintballden zij paintballden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gepaintballd jij had gepaintballd hij had gepaintballd wij hadden gepaintballd jullie hadden gepaintballd zij hadden gepaintballd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal paintballen jij zult paintballen hij zal paintballen wij zullen paintballen jullie zullen paintballen zij zullen paintballen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gepaintballd hebben jij zult gepaintballd hebben hij zal gepaintballd hebben wij zullen gepaintballd hebben jullie zullen gepaintballd hebben zij zullen gepaintballd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou paintballen jij zou paintballen hij zou paintballen wij zouden paintballen jullie zouden paintballen zij zouden paintballen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gepaintballd hebben jij zou gepaintballd hebben hij zou gepaintballd hebben wij zouden gepaintballd hebben jullie zouden gepaintballd hebben zij zouden gepaintballd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
paintball
|