NL: paardrijdenDE: Pferdreiten, reiten
EN: horse riding
ES: montar a caballo
FR: faire du cheval
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
paardgereden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik rijd paard jij rijdt paard hij rijdt paard wij rijden paard jullie rijden paard zij rijden paard
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb paardgereden jij hebt paardgereden hij heeft paardgereden wij hebben paardgereden jullie hebben paardgereden zij hebben paardgereden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik reed paard jij reed paard hij reed paard wij reden paard jullie reden paard zij reden paard
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had paardgereden jij had paardgereden hij had paardgereden wij hadden paardgereden jullie hadden paardgereden zij hadden paardgereden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal paardrijden jij zult paardrijden hij zal paardrijden wij zullen paardrijden jullie zullen paardrijden zij zullen paardrijden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal paardgereden hebben jij zult paardgereden hebben hij zal paardgereden hebben wij zullen paardgereden hebben jullie zullen paardgereden hebben zij zullen paardgereden hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou paardrijden jij zou paardrijden hij zou paardrijden wij zouden paardrijden jullie zouden paardrijden zij zouden paardrijden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou paardgereden hebben jij zou paardgereden hebben hij zou paardgereden hebben wij zouden paardgereden hebben jullie zouden paardgereden hebben zij zouden paardgereden hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
rijd paard
|