NL: overwaaienSynoniemen: overgaan, overkomen, voorbijtrekken
EN: blow over
FR: arriver, être apporté par le vent
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overgewaaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik waai over jij waait over hij waait over wij waaien over jullie waaien over zij waaien over
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overgewaaid jij hebt overgewaaid hij heeft overgewaaid wij hebben overgewaaid jullie hebben overgewaaid zij hebben overgewaaid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik waaide over jij waaide over hij waaide over wij waaiden over jullie waaiden over zij waaiden over
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overgewaaid jij had overgewaaid hij had overgewaaid wij hadden overgewaaid jullie hadden overgewaaid zij hadden overgewaaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overwaaien jij zult overwaaien hij zal overwaaien wij zullen overwaaien jullie zullen overwaaien zij zullen overwaaien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overgewaaid hebben jij zult overgewaaid hebben hij zal overgewaaid hebben wij zullen overgewaaid hebben jullie zullen overgewaaid hebben zij zullen overgewaaid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overwaaien jij zou overwaaien hij zou overwaaien wij zouden overwaaien jullie zouden overwaaien zij zouden overwaaien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overgewaaid hebben jij zou overgewaaid hebben hij zou overgewaaid hebben wij zouden overgewaaid hebben jullie zouden overgewaaid hebben zij zouden overgewaaid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
waai over
|