NL: overtredenSynoniemen: overschrijden
DE: overtreden (inbreuk maken): übertreten, verstoßen, verletzen, überschreiten
EN: overtreden (inbreuk maken): break in
ES: overtreden (inbreuk maken): violar
FR: overtreden (inbreuk maken): enfreindre, contrevenir à, pécher
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overtreden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik overtreed jij overtreedt hij overtreedt wij overtreden jullie overtreden zij overtreden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overtreden jij hebt overtreden hij heeft overtreden wij hebben overtreden jullie hebben overtreden zij hebben overtreden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik overtrad jij overtrad hij overtrad wij overtraden jullie overtraden zij overtraden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overtreden jij had overtreden hij had overtreden wij hadden overtreden jullie hadden overtreden zij hadden overtreden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overtreden jij zult overtreden hij zal overtreden wij zullen overtreden jullie zullen overtreden zij zullen overtreden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overtreden hebben jij zult overtreden hebben hij zal overtreden hebben wij zullen overtreden hebben jullie zullen overtreden hebben zij zullen overtreden hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overtreden jij zou overtreden hij zou overtreden wij zouden overtreden jullie zouden overtreden zij zouden overtreden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overtreden hebben jij zou overtreden hebben hij zou overtreden hebben wij zouden overtreden hebben jullie zouden overtreden hebben zij zouden overtreden hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
overtreed
|