NL: overspoelenEN: overflow, submerge, inundate
FR: déborder, inonder, noyer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overspoeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik overspoel jij overspoelt hij overspoelt wij overspoelen jullie overspoelen zij overspoelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overspoeld jij hebt overspoeld hij heeft overspoeld wij hebben overspoeld jullie hebben overspoeld zij hebben overspoeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik overspoelde jij overspoelde hij overspoelde wij overspoelden jullie overspoelden zij overspoelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overspoeld jij had overspoeld hij had overspoeld wij hadden overspoeld jullie hadden overspoeld zij hadden overspoeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overspoelen jij zult overspoelen hij zal overspoelen wij zullen overspoelen jullie zullen overspoelen zij zullen overspoelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overspoeld hebben jij zult overspoeld hebben hij zal overspoeld hebben wij zullen overspoeld hebben jullie zullen overspoeld hebben zij zullen overspoeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overspoelen jij zou overspoelen hij zou overspoelen wij zouden overspoelen jullie zouden overspoelen zij zouden overspoelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overspoeld hebben jij zou overspoeld hebben hij zou overspoeld hebben wij zouden overspoeld hebben jullie zouden overspoeld hebben zij zouden overspoeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
overspoel
|