NL: overspelenDE: übertönen, noch einmal spielen
EN: replay
ES: volver a jugar, jugar de nuevo, rejugar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overgespeeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik speel over jij speelt over hij speelt over wij spelen over jullie spelen over zij spelen over
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overgespeeld jij hebt overgespeeld hij heeft overgespeeld wij hebben overgespeeld jullie hebben overgespeeld zij hebben overgespeeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik speelde over jij speelde over hij speelde over wij speelden over jullie speelden over zij speelden over
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overgespeeld jij had overgespeeld hij had overgespeeld wij hadden overgespeeld jullie hadden overgespeeld zij hadden overgespeeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overspelen jij zult overspelen hij zal overspelen wij zullen overspelen jullie zullen overspelen zij zullen overspelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overgespeeld hebben jij zult overgespeeld hebben hij zal overgespeeld hebben wij zullen overgespeeld hebben jullie zullen overgespeeld hebben zij zullen overgespeeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overspelen jij zou overspelen hij zou overspelen wij zouden overspelen jullie zouden overspelen zij zouden overspelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overgespeeld hebben jij zou overgespeeld hebben hij zou overgespeeld hebben wij zouden overgespeeld hebben jullie zouden overgespeeld hebben zij zouden overgespeeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
speel over
|