NL: overslaanSynoniemen: doorslaan, omslaan, overgaan, overladen, vergeten
DE: überschlagen, übergehen, überspringen, aussetzen, auslassen
EN: pass over, miss out
ES: pasar por alto
FR: omettre, sauter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overgeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sla over jij slaat over hij slaat over wij slaan over jullie slaan over zij slaan over
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overgeslagen jij hebt overgeslagen hij heeft overgeslagen wij hebben overgeslagen jullie hebben overgeslagen zij hebben overgeslagen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sloeg over jij sloeg over hij sloeg over wij sloegen over jullie sloegen over zij sloegen over
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overgeslagen jij had overgeslagen hij had overgeslagen wij hadden overgeslagen jullie hadden overgeslagen zij hadden overgeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overslaan jij zult overslaan hij zal overslaan wij zullen overslaan jullie zullen overslaan zij zullen overslaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overgeslagen hebben jij zult overgeslagen hebben hij zal overgeslagen hebben wij zullen overgeslagen hebben jullie zullen overgeslagen hebben zij zullen overgeslagen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overslaan jij zou overslaan hij zou overslaan wij zouden overslaan jullie zouden overslaan zij zouden overslaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overgeslagen hebben jij zou overgeslagen hebben hij zou overgeslagen hebben wij zouden overgeslagen hebben jullie zouden overgeslagen hebben zij zouden overgeslagen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sla over
|