NL: overrompelenSynoniemen: aanranden, overvallen, verrassen
DE: überfallen, überrumpeln
EN: take off guard, rob, surprise, hold up
FR: surprendre, prendre au dépourvu, prendre par surprise
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overrompeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik overrompel jij overrompelt hij overrompelt wij overrompelen jullie overrompelen zij overrompelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overrompeld jij hebt overrompeld hij heeft overrompeld wij hebben overrompeld jullie hebben overrompeld zij hebben overrompeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik overrompelde jij overrompelde hij overrompelde wij overrompelden jullie overrompelden zij overrompelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overrompeld jij had overrompeld hij had overrompeld wij hadden overrompeld jullie hadden overrompeld zij hadden overrompeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overrompelen jij zult overrompelen hij zal overrompelen wij zullen overrompelen jullie zullen overrompelen zij zullen overrompelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overrompeld hebben jij zult overrompeld hebben hij zal overrompeld hebben wij zullen overrompeld hebben jullie zullen overrompeld hebben zij zullen overrompeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overrompelen jij zou overrompelen hij zou overrompelen wij zouden overrompelen jullie zouden overrompelen zij zouden overrompelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overrompeld hebben jij zou overrompeld hebben hij zou overrompeld hebben wij zouden overrompeld hebben jullie zouden overrompeld hebben zij zouden overrompeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
overrompel
|