NL: overredenSynoniemen: bepraten, ompraten, overhalen, overtuigen
DE: überzeugen, überreden, herumkriegen, umstimmen, bereden, einwickeln
EN: convince, persuade, get around, bring around
FR: convaincre, persuader, dissuader, faire changer d'avis
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overreed
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik overreed jij overreedt hij overreedt wij overreden jullie overreden zij overreden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overreed jij hebt overreed hij heeft overreed wij hebben overreed jullie hebben overreed zij hebben overreed
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik overreedde jij overreedde hij overreedde wij overreedden jullie overreedden zij overreedden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overreed jij had overreed hij had overreed wij hadden overreed jullie hadden overreed zij hadden overreed
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overreden jij zult overreden hij zal overreden wij zullen overreden jullie zullen overreden zij zullen overreden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overreed hebben jij zult overreed hebben hij zal overreed hebben wij zullen overreed hebben jullie zullen overreed hebben zij zullen overreed hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overreden jij zou overreden hij zou overreden wij zouden overreden jullie zouden overreden zij zouden overreden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overreed hebben jij zou overreed hebben hij zou overreed hebben wij zouden overreed hebben jullie zouden overreed hebben zij zouden overreed hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
overreed
|