NL: overnemenSynoniemen: aanhalen, aannemen, aanvaarden, annexeren, kopen, navolgen, opkopen, inkopen, afnemen, aanschaffen, aankopen, inlijven
DE: overnemen (annexeren): übernehmen, annektieren
EN: overnemen (annexeren): take over, incorporate, enroll, annex, enlist
ES: overnemen (annexeren): anexar, tomar, incorporar, adoptar, anexionar
FR: overnemen (annexeren): annexer, intégrer à, incorporer à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overgenomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik neem over jij neemt over hij neemt over wij nemen over jullie nemen over zij nemen over
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overgenomen jij hebt overgenomen hij heeft overgenomen wij hebben overgenomen jullie hebben overgenomen zij hebben overgenomen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik nam over jij nam over hij nam over wij namen over jullie namen over zij namen over
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overgenomen jij had overgenomen hij had overgenomen wij hadden overgenomen jullie hadden overgenomen zij hadden overgenomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overnemen jij zult overnemen hij zal overnemen wij zullen overnemen jullie zullen overnemen zij zullen overnemen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overgenomen hebben jij zult overgenomen hebben hij zal overgenomen hebben wij zullen overgenomen hebben jullie zullen overgenomen hebben zij zullen overgenomen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overnemen jij zou overnemen hij zou overnemen wij zouden overnemen jullie zouden overnemen zij zouden overnemen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overgenomen hebben jij zou overgenomen hebben hij zou overgenomen hebben wij zouden overgenomen hebben jullie zouden overgenomen hebben zij zouden overgenomen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
neem over
|