NL: overmannenSynoniemen: bedelven, overmeesteren, overweldigen
DE: overmannen (overmeesteren): unterwerfen, bezwingen, zähmen
EN: overmannen (overmeesteren): overwhelm, overpower, overcome, tame, take possession of something
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overmand
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik overman jij overmant hij overmant wij oovermannen jullie oovermannen zij oovermannen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overmand jij hebt overmand hij heeft overmand wij hebben overmand jullie hebben overmand zij hebben overmand
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik overmande jij overmande hij overmande wij overmanden jullie overmanden zij overmanden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overmand jij had overmand hij had overmand wij hadden overmand jullie hadden overmand zij hadden overmand
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal oovermannen jij zult oovermannen hij zal oovermannen wij zullen oovermannen jullie zullen oovermannen zij zullen oovermannen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overmand hebben jij zult overmand hebben hij zal overmand hebben wij zullen overmand hebben jullie zullen overmand hebben zij zullen overmand hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou oovermannen jij zou oovermannen hij zou oovermannen wij zouden oovermannen jullie zouden oovermannen zij zouden oovermannen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overmand hebben jij zou overmand hebben hij zou overmand hebben wij zouden overmand hebben jullie zouden overmand hebben zij zouden overmand hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
overman
|