NL: overleggenSynoniemen: beraadslagen, inleveren, overwegen
DE: beratschlagen, beraten, sich beraten, abwägen, Sitzung halten, tagen, konferieren, eine Versammlung abhalten
EN: deliberate, consider, reflect, have a conference, think it over, hold session, meet
ES: considerar, deliberar, conferenciar
FR: délibérer, débattre, réfléchir, considérer, conférer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overgelegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik leg over jij legt over hij legt over wij leggen over jullie leggen over zij leggen over
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overgelegd jij hebt overgelegd hij heeft overgelegd wij hebben overgelegd jullie hebben overgelegd zij hebben overgelegd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik legde over jij legde over hij legde over wij legden over jullie legden over zij legden over
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overgelegd jij had overgelegd hij had overgelegd wij hadden overgelegd jullie hadden overgelegd zij hadden overgelegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overleggen jij zult overleggen hij zal overleggen wij zullen overleggen jullie zullen overleggen zij zullen overleggen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overgelegd hebben jij zult overgelegd hebben hij zal overgelegd hebben wij zullen overgelegd hebben jullie zullen overgelegd hebben zij zullen overgelegd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overleggen jij zou overleggen hij zou overleggen wij zouden overleggen jullie zouden overleggen zij zouden overleggen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overgelegd hebben jij zou overgelegd hebben hij zou overgelegd hebben wij zouden overgelegd hebben jullie zouden overgelegd hebben zij zouden overgelegd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
leg over
|