Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

overleggen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: overleggen
Synoniemen: beraadslagen, inleveren, overwegen

DE: beratschlagen, beraten, sich beraten, abwägen, Sitzung halten, tagen, konferieren, eine Versammlung abhalten
EN: deliberate, consider, reflect, have a conference, think it over, hold session, meet
ES: considerar, deliberar, conferenciar
FR: délibérer, débattre, réfléchir, considérer, conférer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
overgelegd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik leg over
jij legt over
hij legt over
wij leggen over
jullie leggen over
zij leggen over
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb overgelegd
jij hebt overgelegd
hij heeft overgelegd
wij hebben overgelegd
jullie hebben overgelegd
zij hebben overgelegd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik legde over
jij legde over
hij legde over
wij legden over
jullie legden over
zij legden over
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had overgelegd
jij had overgelegd
hij had overgelegd
wij hadden overgelegd
jullie hadden overgelegd
zij hadden overgelegd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal overleggen
jij zult overleggen
hij zal overleggen
wij zullen overleggen
jullie zullen overleggen
zij zullen overleggen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal overgelegd hebben
jij zult overgelegd hebben
hij zal overgelegd hebben
wij zullen overgelegd hebben
jullie zullen overgelegd hebben
zij zullen overgelegd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou overleggen
jij zou overleggen
hij zou overleggen
wij zouden overleggen
jullie zouden overleggen
zij zouden overleggen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou overgelegd hebben
jij zou overgelegd hebben
hij zou overgelegd hebben
wij zouden overgelegd hebben
jullie zouden overgelegd hebben
zij zouden overgelegd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
leg over

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/overleggen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English