NL: overhandigenSynoniemen: aanbieden, aanleveren, aanreiken, afgeven, inleveren, thuisbezorgen, brengen, bezorgen, bestellen, afleveren, toesteken, overgeven, geven, aangeven, toeleveren, leveren
DE: überreichen
EN: deliver, hand over
FR: remettre, admettre
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overhandigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik overhandig jij overhandigt hij overhandigt wij overhandigen jullie overhandigen zij overhandigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overhandigd jij hebt overhandigd hij heeft overhandigd wij hebben overhandigd jullie hebben overhandigd zij hebben overhandigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik overhandigde jij overhandigde hij overhandigde wij overhandigden jullie overhandigden zij overhandigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overhandigd jij had overhandigd hij had overhandigd wij hadden overhandigd jullie hadden overhandigd zij hadden overhandigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overhandigen jij zult overhandigen hij zal overhandigen wij zullen overhandigen jullie zullen overhandigen zij zullen overhandigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overhandigd hebben jij zult overhandigd hebben hij zal overhandigd hebben wij zullen overhandigd hebben jullie zullen overhandigd hebben zij zullen overhandigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overhandigen jij zou overhandigen hij zou overhandigen wij zouden overhandigen jullie zouden overhandigen zij zouden overhandigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overhandigd hebben jij zou overhandigd hebben hij zou overhandigd hebben wij zouden overhandigd hebben jullie zouden overhandigd hebben zij zouden overhandigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
overhandig
|