NL: overdonderenSynoniemen: overbluffen, platwalsen, verbluffen
EN: the overwhelming
FR: le fait d'époustoufler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
overdonderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik overdonder jij overdondert hij overdondert wij overdonderen jullie overdonderen zij overdonderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb overdonderd jij hebt overdonderd hij heeft overdonderd wij hebben overdonderd jullie hebben overdonderd zij hebben overdonderd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik overdonderde jij overdonderde hij overdonderde wij overdonderden jullie overdonderden zij overdonderden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had overdonderd jij had overdonderd hij had overdonderd wij hadden overdonderd jullie hadden overdonderd zij hadden overdonderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal overdonderen jij zult overdonderen hij zal overdonderen wij zullen overdonderen jullie zullen overdonderen zij zullen overdonderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal overdonderd hebben jij zult overdonderd hebben hij zal overdonderd hebben wij zullen overdonderd hebben jullie zullen overdonderd hebben zij zullen overdonderd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou overdonderen jij zou overdonderen hij zou overdonderen wij zouden overdonderen jullie zouden overdonderen zij zouden overdonderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou overdonderd hebben jij zou overdonderd hebben hij zou overdonderd hebben wij zouden overdonderd hebben jullie zouden overdonderd hebben zij zouden overdonderd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
overdonder
|